Zelfvertrouwen? Wat is dat?

Dit is een gastcolumn van Marleen

Ik moet mijn moeder vanaf dat ik geboren ben in de weg gezeten hebben. Ze heeft me nooit gewild. In de jaren ‘60 ging je trouwen, je kreeg kinderen en dat was het dan. Of je het leuk vond of niet. Zij vond het niets en heeft er niets aan gedaan om er iets van te maken.

Ik ben 56 jaar. Ik ben 7 jaar samen met mijn man, 6 jaar getrouwd. Ik heb een prachtig huisje, een campertje om lekker in de weekenden mee weg te kunnen gaan, een fulltime baan. Ik ben hoger opgeleid. Prima voor elkaar zou je zeggen.

Maar niets is minder waar. Ik zit sinds anderhalf jaar thuis met een fikse burn-out. En het wil maar niet lukken om weer op de been te komen. Het is alsof ik mijn leven lang de ballen al vechtend in de lucht heb gehouden. Vielen ze omlaag, dan gooide ik ze de lucht weer in en ging weer knokken. Het enige wat ik kon was vechten. Alles is gebaseerd op los zand.

Mijn jeugd was, achteraf gezien, liefdeloos. Ik mocht niet op schoot kruipen, kusjes geven was vies, er werd niet geknuffeld. Mijn moeder vond me een lastig kind. Mijn oudere broer was een rustige baby, die weinig aandacht vroeg. Toen kwam ik, een nieuwsgierige, levendige dartel. Altijd bezig met het bouwen van zand- en luchtkastelen. Tot grote ergernis van mijn moeder. Die had er geen zin in, ze had een hekel aan haar man en kinderen. Zij hadden haar het leventje als leeszaal assistente afgepakt. Daar was ze geliefd geweest, werd er naar haar opgekeken als verloofde van de tandheelkunde student. Nu zat ze in haar gouden kooitje, vrouw van de tandarts, een sukkel die volgens haar niet hard genoeg werkte, met 3 kinderen, want er kwam nog een zusje bij en ze haatte het.

Ze was ongelukkig, wreed, inconsequent, grillig, dominant en de baas in huis. Ze haatte het doen van het huishouden, was altijd kwaad. Haar wil was wet. Ze maakte alles kapot wat heel was. Ze zette ons tegen elkaar op. Ze zorgde er stelselmatig voor dat wij als kinderen niet teveel met elkaar optrokken, ze schakelde mijn vader uit. Die kwam moe thuis na een dag hard werken bij een vrouw die met een glas droge sherry in de hand in de keuken stond te gooien met potten en pannen. Ze haatte koken en natuurlijk was ze boos op hem, om wat voor reden dan ook. Hij ging met een halve liter bier en het Nieuwsblad in zijn stoel zitten, terwijl mijn moeder tegen de krant stond te schreeuwen over alles wat wij als kinderen hadden gedaan om haar het leven zuur te maken. Het eten was aangebrand, niemand durfde nog wat te zeggen. Er heerste een schrikbewind. Er was altijd een reden om bang te zijn. Was het niet omdat je je kamer niet had opgeruimd, dan was het wel omdat mijn moeder vond dat je niet genoeg aan je huiswerk deed, of teveel zat te giechelen met vriendinnetjes.

Op de lagere school deed mijn moeder altijd staartjes in mijn haar. Van mij hoefde dat niet, maar wat zij wilde gebeurde. Ik verzette me niet, want dan brak de hel los. Ze trok me dan zo hard aan mijn haar dat ik soms kermde van de pijn. Dan snauwde ze dat wie mooi wou zijn pijn moest lijden. Toen verscheen ze in elk geval nog bij het ontbijt. Op de middelbare school werd ik ’s ochtends niet meer op weg geholpen, gelukkig was mijn moeder er trots op dat ze in bed bleef liggen. Ze was te chagrijnig om op te staan, dit was beter voor ons. Hoe ik voor mezelf moest zorgen wist ik niet. Ik deed het volgens haar nooit goed, zij kon dat veel beter.

Op mijn 12e bekende ik aan mijn moeder dat de broer van een vriendinnetje mij al 4 jaar seksueel misbruikte. Hij was de zoon van haar beste vriendin. Ze ontkende niet dat het was gebeurd, maar vond dat ze er niets aan kon doen en zei me dat ik het moest vergeten. Ze is er nooit meer op teruggekomen en is bevriend gebleven met zijn moeder. Toen ik haar hier jaren later op aansprak zei ze: ‘Wat had je dan gewild dat ik had gedaan? De vriendschap met haar opgeven?’ En daar bleef het bij.

Mijn vader was dus tandarts. We hadden het goed. Er was een huisje aan het meer met zeilboten en surfplanken. Vriendjes en vriendinnetjes waren welkom. Maar mijn moeder had er een hekel aan. Ze was humeurig, saboteerde en dronk teveel. Evenals mijn vader trouwens, die al vroeg in de middag begon te drinken en er niet voor schroomde om aan het einde van de dag dronken achter het stuur van zijn auto te kruipen om naar huis te rijden met ons achterin. De volgende ochtend werden we meestal wakker van kabaal. Mijn moeder stond dan hysterisch tegen mijn vader te schreeuwen, die haar de vorige avond dronken geprobeerd had te versieren. Hij was een seksmaniak en een klootzak schreeuwde ze. Je kon dan pas naar beneden gaan als mijn moeder uitgeraasd was. Dat kon wel even duren.

We hadden alles wat ons hartje begeerde. Voor het oog van Neerlands Volk dus was alles koek en ei. Als tandartsvrouw had mijn moeder aanzien, vond ze. Ze drukte me regelmatig op het hart dat ik natuurlijk wel moest zeggen dat mijn vader tandarts was, dat ik op stand woonde en dat we dat huisje aan het meer hadden. Ze vroeg zich af waarom ik met klasgenootjes omging die uit ‘volksbuurten’ kwamen.

Ze heeft me niet veel meegegeven in het leven. Haar mening was zoals het was. Haar wil was wet. Ze liet me mijn eigen inzichten niet ontwikkelen. Wat ik uit eigen wil deed moest anders volgens haar. Het moest op haar manier, maar die veranderde altijd. De ene keer moest ik het zo doen en deed ik dat de volgende keer, dan had ik het anders moeten doen. Ik snapte er niks van. Mijn vader bakte er ook niet veel van, hij keek niet naar ons om. Hij kon ook niet anders, was hij voor ons opgekomen, dan was zijn hel nog groter geweest. Hij koos haar kant, adoreerde haar. Ze trok hem aan en stootte hem af. Tot aan de dag dat hij stierf. Ze heeft zijn kist gesloten en hem in zijn pyjama begraven. Ik was 19.

Ze was ook leuk. Sinterklaasavond was een jaarlijkse traditie met grote cadeaus en hilarische gedichten. We keken er lang van tevoren naar uit. Je moest haar gedichten alleen wel goed voorlezen, anders verpestte je het voor haar. Zelfs van die keer vlak na het overlijden van mijn vader wist ze er een feestje van te maken.

Op kamers, toen ik ziek was, bracht ze me naar het ziekenhuis, maar maakte onderweg in de auto ruzie met me over dat ik niet wist waar we moeten zijn en waar ze kon parkeren. Ze verontschuldigde zich voor mijn onsamenhangende gedrag en – spraak bij de specialist, ik had teveel pijnstillers en kalmeringsmiddelen gehad, waardoor het leek alsof ik dronken was. Kennelijk zei ik dat ik niet geopereerd wilde worden toen me dat werd gevraagd. Er kwam in mijn papieren te staan dat ik ‘een gedrogeerde jonge dame was, die niet geopereerd wilde worden’. Ik kwam thuis te zitten met een onbehandelde acute hernia. Ik heb een paar jaar later een second opinion laten doen en ben alsnog geopereerd. Ik hield er gelukkig alleen een klapvoet aan over.

Financieel heeft mijn moeder nooit te klagen gehad, met een gevulde bankrekening en dat hypotheekvrije huis op stand. Mijn vader heeft haar goed achtergelaten, ze heeft nooit meer hoeven werken. Dat was ze overigens ook niet meer van plan geweest, ze zou een plek op de arbeidsmarkt innemen die ze iemand die het minder had dan zij gunde. Wel deed ze vrijwilligerswerk bij de Hulptelefoon. Ze vertelde daar trots over, stiekem, want dat mocht eigenlijk niet.

Haar geld werd haar chantagemiddel. Maar toch geeft mijn moeder ook wel eens wat weg. Niet aan mijn broer met zijn goede baan, maar aan mijn werkloze zus, die een kopie van haar is. Die krijgt maandelijks 200 euro cash, omdat ze van haar bijstandsuitkering niet kan rondkomen. Daar wil mijn zus niets voor doen, ze vindt dat ze recht heeft op het geld van mijn vader. Mijn zus springt niet door hoepeltjes. Als ze klusjes voor mijn moeder doet wil ze 25 euro per uur. Ik heb ook geld van mijn moeder gehad. Ik dacht toen dat ze dat aan me gaf. Ik weet niet meer hoeveel het is, dat moet je aan hun vragen. Mijn moeder heeft dat bijgehouden in haar logboek.

Ik heb een aantal relaties gehad, maar het lukte me niet om ze in stand te houden. Ik was te gecompliceerd, logisch dat ik single bleef. Mijn moeder vond een van hen leuk. Toen ik het uitmaakte heeft ze drie dagen niet tegen me gepraat. Dat viel mee. Ze is naar hem toe gegaan om hem te zeggen hoe verschrikkelijk ze mij vond. Met een ander ging ik parachutespringen. We reisden de hele wereld over en om het betaalbaar te maken ging ik video’s in vrije val maken. Ik stond op een gegeven moment als enige vrouw op een lijst van cameramannen in Nederland en werd gevraagd door teams uit het hele land. Uiteindelijk maakte ik 450 sprongen. Hij schaamde zich voor mij, hij vond mij slechte skydiver.

Tot ik op mijn 49e Roel tegenkwam. Hij was respectvol, liet me in mijn waarde en was zonder oordelen. Hij kwam in mijn leven en ging niet meer weg. Toen ik een jaar later mijn moeder vertelde dat we gingen trouwen, zei ze: ’Oh, moet ik daar wat mee?’ Op mijn trouwdag kreeg ik na de ceremonie een luchtkus op mijn wang van haar en legde ze een hand op mijn rug. Ze feliciteerde me en was blij dat ik een corrigerend hemdje droeg. We kregen 500 euro.

Het heeft me 55 jaar gekost om erachter te komen wat er met me aan de hand is. Ik trof een therapeut die mij op Het Verdwenen Zelf wees. Mijn man heeft de beide boeken aan mij voorgelezen, ik kon het niet, elke zin ging over mij. En langzaam vielen de stukjes van de puzzel al pratend en huilend op zijn plek.

Ik heb geen contact meer met mijn broer en zus en ook niet met mijn moeder. Ze is nu ver in de tachtig en woont nog steeds in het huis waar we met z’n vijven hebben gewoond. Ze pleegt geen onderhoud, dat laat ze aan haar erven over. Ik ga er niet vanuit dat ik daar een van ben. Een jaar geleden kreeg ik een e-mail van haar met de vraag of ik wanneer ze wilsonbekwaam zou zijn de beslissingen op medisch gebied voor haar zou willen nemen. Ook had ze een testament opgesteld. Mijn broer en zus hadden hem al toegestuurd gekregen, of ik hem ook wilde. Ik heb vriendelijk voor beide bedankt.

Want ik spring niet meer door hoepeltjes.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.