Wat de overheid doet aan psychische mishandeling in 22 vragen

Veel slachtoffers van emotionele en psychische mishandeling zitten in een ongezonde, onveilige of traumatiserende situatie. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, uit de duizenden getuigenissen van slachtoffers die ons de afgelopen zeven jaar hebben bereikt en uit de klinische ervaring van psychologen, therapeuten en andere behandelaren. Slachtoffers lopen in de jeugdzorg, de GGZ en het familierecht tegen allerlei problemen aan: verkeerde beslissingen, niet-passende hulp, eenzijdige benadering van ‘vechtscheidingen’, getraumatiseerde kinderen, jarenlange zoektochten naar de juiste hulp en ernstige gezondheidsklachten.

Goed dus dat Tweede Kamerleden Kirsten van den Hul (PvdA), Nevin Özütok (Groen Links) en Vera Bergkamp (D’66) interesse toonden om zich te laten informeren door ervaringsdeskundigen en experts zoals het Verdwenen Zelf. Ze hebben daarnaast maar liefst 22 vragen over psychische mishandeling ingediend bij de regering, een teken dat ze de problematiek serieus nemen. En de antwoorden van de minister op hun vragen zijn inmiddels bekend. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de antwoorden blinken uit in vaagheid en onbegrip van de realiteit.

Ontwijkend antwoord

De antwoorden starten hoopgevend. De minister zegt dat psychische mishandeling zeer ernstig is en dat ‘elke vorm van mishandeling onacceptabel is’. Dat zijn duidelijke uitspraken. De minister geeft ook antwoord op wat de definities zijn die de overheid van psychische mishandeling hanteert: het betreft onder andere intimideren, isoleren, manipuleren, vernederen, controleren, bedreigen, kleineren etc. Psychische mishandeling is net als seksueel en fysiek geweld een onderdeel van de definitie van huiselijk geweld.

Wat doet de overheid echter specifiek aan psychische mishandeling? De minister geeft aan dat er ‘niet één generieke aanpak van psychische mishandeling’ is. Dat hoeft ook niet zegt de minister ‘omdat de relaties tussen plegers en slachtoffers verschillend van aard kunnen zijn en daarom een verschillende aanpak behoeven.’ Een wat onbegrijpelijk en ook ontwijkend antwoord: de minister gaat namelijk niet in op welke verschillen er concreet zijn en hoe die moeten worden aangepakt.

Bestaand beleid

De minister somt verder het al bestaande beleid op: de betrokken instanties, voortgangsrapportages, onderzoeksrapporten, programma’s en de wet- en regelgeving. Dit beleid gaat echter om huiselijk geweld en kindermishandeling in het algemeen. De minister gaat nergens in op hoe de overheid specifiek psychische mishandeling aanpakt terwijl op dat vlak nu juist veel kennislacunes zijn en een gebrekkige aanpak slachtoffers parten speelt.

Het probleem is immers dat de overheid impliciet alleen fysieke incidenten als mishandeling ziet en niet het patroon van dwingend en controlerend gedrag. Het beleid schiet ernstig tekort. Door alleen bestaande organisaties en projecten te noemen, gaat de minister bovendien voorbij aan wat misgaat, en wat er nog moet gebeuren, zoals kennis en deskundigheidsbevordering stimuleren bij professionals. Doordat deze expertise nog ontbreekt bij veel professionals, is het patroon van emotionele en psychische mishandeling immers moeilijk te herkennen en concreet aan te pakken.

Zonder aangifte

De drie Kamerleden vroegen naar de petitie “Maak psychisch geweld strafbaar”, waaraan het Verdwenen Zelf vorig jaar ook aandacht heeft gegeven. De minister stelt: psychische mishandeling is al strafbaar, een slachtoffer kan aangifte doen. Dat is in tegenspraak tot de vele getuigenissen die ons bereiken. Als slachtoffers bijvoorbeeld aangeven dat ze emotioneel en psychisch mishandeld worden, is de reactie van professionals meestal dat slachtoffers naar hun eigen aandeel in de situatie moeten kijken, dat ze een communicatie- of zorgtraject moeten volgen met de dader of dat het slachtoffer niet ‘de andere ouder zwart mag maken.’

Daarmee ontkennen de betrokken professionals dat deze getuigenissen van emotionele en psychische mishandeling huiselijk geweld betreffen, wat een strafbaar feit is. Veel professionals nemen deze getuigenissen van huiselijk geweld niet echt serieus: ze melden ze niet bij instanties en er volgt meestal geen onderzoek. De ervaring leert daarnaast dat politieagenten een aangifte meestal niet opnemen als het om psychische mishandeling gaat, maar alleen als er een fysiek of seksueel ‘incident’ heeft plaatsgevonden. En het OM vervolgt de zaak niet zonder aangifte.

Bedreigd of gedwongen

De huidige wetgeving lijkt slachtoffers een kleine, voorzichtige opening te bieden:

Aangifte doen kan op basis van artikel 300 Sr, eerste en vierde lid, gericht op respectievelijk het ‘toebrengen van pijn of letsel’ en het ‘opzettelijk benadelen van de gezondheid’. Het Gerechtshof van Den Haag heeft dit in een arrest bevestigd. Daarnaast kan psychisch geweld strafbaar zijn wanneer het binnen de reikwijdte van artikel 284 Sr (dwang) of artikel 285 Sr (bedreiging) valt… Indien iemand slachtoffer wordt van psychische mishandeling kan hiervan melding of aangifte worden gedaan bij de politie. Het is vervolgens aan het Openbaar Ministerie (OM) om te bepalen of vervolging opportuun is… Ook in de Jeugdwet en de Wmo is psychische mishandeling opgenomen in de definitie van kindermishandeling en huiselijk geweld.

Het vraagt dat slachtoffers ondubbelzinnig kunnen aantonen dat hun gezondheidsklachten veroorzaakt zijn door de dader. Dat aantonen is niet eenvoudig: gezondheidsklachten kunnen immers verschillende oorzaken hebben. Alleen als slachtoffers fysiek bedreigt of ergens toe gedwongen zijn, en ze hebben duidelijk bewijs, kunnen ze daar aangifte van doen. Dat geldt ook voor stalking, dat is strafbaar (‘belaging’ in juridische termen). Al die andere vormen van huiselijk geweld, zoals controleren, financieel of juridisch misbruik, manipuleren, denigreren of intimideren, zijn niet strafbaar. Laat staan het geheel, het patroon van destructief gedrag.

Driedubbele ontkenning

De minister ziet echter geen problemen. Hij zegt dat “er reeds voldoende wettelijke mogelijkheden zijn voor ketenpartners van binnen en buiten de strafrechtketen om psychisch geweld gezamenlijk aan te pakken.” De onderbouwing hiervan ontbreekt echter. Hoe weet de minister of dat voldoende is? De onderbouwing vanuit de praktijk en het wetenschappelijk onderzoek ontbreekt.

De minister herhaalt vervolgens ondubbelzinnig dat er niets aan de hand is met de strafrechtelijke vervolging van psychische mishandeling: “Ik deel de veronderstelling dan ook niet dat het niet mogelijk is om hiervan aangifte te doen. Ook deel ik de veronderstelling niet dat mogelijk slachtofferschap daardoor niet herkend wordt en dat de opsporing en vervolging zich daardoor ten onrechte en onvoldoende zouden richten op de bestrijding ervan. Ik deel daarom ook de mening niet dat dit tot verwarring en frustratie kan leiden bij het doen van aangifte.” Een driedubbele ontkenning van wat veel slachtoffers meemaken.

Bewijsbaarheid lastig

Ondanks dat (tien)duizenden slachtoffers schrijnende ervaringen hebben, geeft de minister aan dat het ministerie, het OM en de politie “geen signalen ontvangen dat er specifieke problemen bestaan in de strafrechtelijke aanpak van psychische mishandeling.” Wetenschappers, ervaringsdeskundigen en experts echter wijzen er telkens op dat er wel ernstige problemen op dit vlak bestaan. Neem bijvoorbeeld het dringende advies van de Raad van Europa dat de Nederlandse regering veel meer moet doen aan het opsporen, vervolgen en aanpakken van psychische mishandeling. Datzelfde staat in het Kinderrechtenverdrag en het Verdrag van Istanboel (een verdrag tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld). Het is, door het ontbrekende beleid, slechts één keer in Nederland gelukt om een dader wegens psychische kindermishandeling te veroordelen. Voor psychisch partnergeweld is nog nooit iemand veroordeeld.

De minister erkent dat het bewijzen van psychische mishandeling moeilijker is dan dat van fysiek of seksueel geweld. Het vervolgen ervan vereist bewijs van ‘het opzettelijk toebrengen van pijn en/of letsel’ en de ‘opzettelijke benadeling van de gezondheid’. Het is best moeizaam om dat te bewijzen. Voor fysiek geweld is een door een arts opgestelde letselverklaring nodig, naast de aangifte en eventuele getuigenverklaringen. Een medische letselverklaring is niet van toepassing bij psychische mishandeling en dat maakt de bewijsbaarheid lastiger.

Buitenlandse voorbeelden

Maar het is niet onmogelijk volgens de minister: ‘Voorstelbaar is dat door deskundigen vragen worden beantwoord over de psychische gevolgen en eventuele schade voor het slachtoffer.’ Voor het bewijs kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van rapporten van deskundigen waarin zij beschrijven dat ‘de bejegening van het slachtoffer in de thuissituatie getypeerd kon worden als emotionele verwaarlozing’. Een rechter kan het vervolgens ‘aannemelijk achten dat hierdoor psychische schade is ontstaan’. Een vrij schrale troost, zo lijkt, in bovendien zeer voorzichtige bewoordingen. Dat de minister verwaarlozing en mishandeling als hetzelfde ziet, is tekenend. Er zit toch echt een inhoudelijk en juridisch groot verschil tussen beide vormen.

Onduidelijk is ook of de minister heeft gekeken naar de succesvolle wetgeving op dit terrein in landen als Groot-Brittannië en Frankrijk. In deze landen zijn veel meer meldingen, arrestaties en vervolgingen van psychische mishandeling. Professionals zijn in deze landen getraind in het herkennen en aanpakken ervan. Deze landen hebben veel kennis van wat werkt, en wat niet werkt. Verbetering van wetgeving is niet alleen nodig, maar ook zeer wel mogelijk.

Pijnlijk

De minister erkent dat het herkennen van psychische mishandeling ‘lastig’ is voor professionals. Hij geeft aan dat de komende maanden de voor professionals verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling geëvalueerd zal worden en dan gaat hij kijken of er vervolgstappen moeten komen. Eind van het jaar informeert hij de Tweede Kamer hierover. Dat is een toezegging, maar het klinkt weinig concreet.

Overheden willen cijfers hebben: beleid moet wel onderbouwd worden. Registreert de politie en het Openbaar Ministerie psychische mishandeling? Het antwoord is nee. Van onderscheid maken tussen fysieke en psychische mishandeling ‘wordt de registratie minder zuiver doordat de foutmarge toeneemt.’ En daarnaast ‘levert het een grote administratieve belasting op, waardoor deze registratie onwenselijk is.’ Een pijnlijk en ontwijkend antwoord: de politie heeft immers tientallen registratiecategorieën. Als iets belangrijk is, zoals winkeldiefstal of burenoverlast, dan registreren ze het.

Vrijblijvendheid

Aan de positieve kant zegt de minister over het gebrek aan cijfers wel dat er ‘momenteel wordt gewerkt aan de verbetering hiervan.’ Onduidelijk weer is wat dat betekent: hij zegt niet wat die verbetering concreet inhoudt. Veilig Thuis, de instantie waar een slachtoffer huiselijk geweld kan melden, registreert psychische mishandeling wel. Daar is blijkbaar aandacht voor de registratie van psychische mishandeling, ondanks de administratie die het vergt. Deze instantie ziet de noodzaak ervan.

De minister stelt verder dat hij ervaringsdeskundigen van huiselijk geweld en kindermishandeling betrekt in zijn beleid. Helaas gaat hij niet in op of daar slachtoffers van emotionele en psychische mishandeling bij zitten. En hij heeft ‘een handreiking ontwikkeld voor gemeenten om ervaringsdeskundigheid in te zetten bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (inclusief psychische mishandeling).’ Een handreiking voor gemeenten is natuurlijk een stap vooruit en biedt de mogelijkheid om gemeente hierop aan te spreken. Het is echter geen juridisch of wetgevend middel. Een gemeente hoeft er niks mee te doen.

Deel je expertise

Om het kort samen te vatten: volgens de minister is psychische mishandeling in theorie strafbaar, kan een slachtoffer in theorie aangifte doen en is het mogelijk te bewijzen. Maar de weerbarstige praktijk onderschrijft dit niet. Aangezien nauwelijks bijgehouden wordt hoe vaak psychische mishandeling voorkomt en de overheid niet weet of mensen aangifte willen doen, ziet de minister geen aanleiding om iets te doen. Hij geeft hiermee blijk van een groot gebrek aan inzicht in de problematiek en de ernst van psychische mishandeling. De feiten wijzen immers uit dat slachtoffers talloze problemen hebben, teveel mensen nog steeds het slachtoffer worden van psychische mishandeling en dat het de overheid bijna een miljard euro per jaar kost aan traumazorg en verzuim op werk bijvoorbeeld.

Hoewel we niet het idee hadden dat deze Kamervragen veel zouden opleveren, is het toch jammer dat de minister er vooral juridisch over spreekt, nauwelijks concrete toezeggingen doet en geen kennis lijkt te hebben van de schrijnende situatie van veel slachtoffers. Er is een groot gat tussen wat slachtoffers ervaren en wat de minister zegt. Het is tijd dat de regering zich hier rekenschap van gaat geven. Het Verdwenen Zelf zal hier aandacht aan blijven geven, want dat blijft zeer nodig gezien deze antwoorden.

Daarnaast is het helpend als ook experts en professionals zich uitspreken: alleen de getuigenissen van slachtoffers zijn niet voldoende om de Tweede Kamer in beweging te krijgen. Als professional kun je de leden van de vaste Kamercommissie van Justitie & Veiligheid of hier de leden van de vaste Kamercommissie van Volksgezondheid & Welzijn vinden. Deel bijvoorbeeld je professionele expertise en ervaringen met hen, zodat de signalen ook daar bekend worden. Dit helpt om een ernstig probleem op de kaart te krijgen dat al te lang genegeerd wordt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *