Er zijn veel situaties waarin een scheiding geen einde maakt aan de onveiligheid, maar juist een nieuwe vorm ervan zichtbaar wordt. De dwingende controle verplaatst zich naar een nieuw speelveld, bijvoorbeeld via de kinderen. Hulpverlening herkent de signalen hierin vaak niet, en noemt dit een vechtscheiding. Maar waar sprake is van eenzijdige mishandeling, is er een ongelijke machtsverhouding, geen tweezijdig conflict. Er is ook geen gedeelde verantwoordelijkheid om op te bouwen, en een aanpak die daarvan uitgaat, werkt niet.
De destructieve ouder houdt de regie, bepaalt het verhaal, ook het verhaal over de andere ouder, en zet de kinderen daarbij in. De gezonde ouder die juist wil verbinden, raakt geïsoleerd en steeds verder op afstand.
Ouderverstoting overkomt duizenden ouders. Hulpverlening die het spel niet doorziet, houdt de isolatie van de gezonde ouder in stand en versterkt deze soms.
‘Mijn kinderen belden me vroeger regelmatig op mijn werk. Zomaar, om even contact te hebben.
Nu is het stil’.
Jarenlang dacht Gerda dat ze zelf tekortschoot. Tot ze de term ouderverstoting leerde kennen, en zag wat er werkelijk speelde.
Lees haar verhaal.
Dit is een gastblog van Gerda
Over dwingende controle, ouderverstoting en het terugvinden van jezelf
De dwingende controle was in het begin van mijn relatie niet zichtbaar. Pas na de geboorte van mijn eerste dochter veranderde er iets. De ruimte om mijn eigen leven vorm te geven werd kleiner. Er kwam steeds meer kritiek en langzaam raakte ik geïsoleerd.
Studeren mocht niet. De zorg voor de kinderen en het huishouden kwamen volledig op mij neer, naast mijn werk. Ik hield alle ballen in de lucht, maar voelde me steeds eenzamer.
Tijdens mijn derde zwangerschap, die onverwacht was, probeerde hij me ertoe te dwingen de zwangerschap te beëindigen. Dat wilde ik niet. Dat nam hij me niet in dank af. Ik werd maandenlang genegeerd. Hij kwam niet mee naar afspraken bij de verloskundige. Geen betrokkenheid, geen gedeelde verantwoordelijkheid. De afstand werd dus nog groter. In plaats van steun kwam er verwijdering.
Als ik daar nu op terugkijk, zie ik hoe diep dat me heeft geraakt. Maar toen probeerde ik vooral vol te houden en te begrijpen wat ik anders kon doen.
Blijven hopen dat het beter wordt
Wat deze dynamiek zo verwarrend maakt, is dat het niet alleen maar slecht is. Er waren momenten waarop het wél goed leek te gaan. Momenten waarop ik weer hoop voelde.
Daardoor bleef ik zoeken naar manieren om het huwelijk te laten slagen. Ik wilde mijn kinderen zo graag een compleet gezin geven. Dat verlangen zat diep.
Ik heb lang gedacht dat het aan mij lag. Dat ik tekort schoot. Dat ik anders moest communiceren, meer mijn best moest doen. Ik heb therapie gevolgd, gesprekken gevoerd met begeleiding erbij. Wat ik toen nog niet wist, is dat je een patroon van dwingende controle niet kunt oplossen door harder je best te doen.
Het moment van herkenning
De term ouderverstoting kende ik lange tijd niet. Totdat een vriend mij op een dag een filmpje liet zien. Wat ik zag, raakte iets wat ik niet meer kon wegduwen. Het klopte, op een manier die alles op zijn plek liet vallen.
Die week heb ik nauwelijks geslapen.
Omdat er ineens woorden waren voor iets wat ik al die tijd had gevoeld, maar niet had kunnen benoemen. En omdat die herkenning ook confronterend was. Het betekende dat wat er speelde groter en ingrijpender was dan ik had willen zien.
Het was pijnlijk, maar ook een kantelpunt.
Twijfel die van binnen blijft leven
Zelfs nu merk ik hoe diep de impact is. Tijdens EMDR kwam er iets naar boven wat nog steeds aanwezig is: een sterke zelfhaat en de overtuiging dat ik geen goede moeder ben geweest. Mijn zenuwstelsel staat nog steeds aan, mijn lijf is nog gespannen. Het herstel duurt nog jaren. Ik zit nog steeds in therapie en kan niet fulltime werken.
Gedachten als: had ik meer moeten doen, had ik langer moeten blijven, heb ik gefaald omdat het gezin niet heel is gebleven.
Op een moment dat ik dat deelde, reageerde mijn moeder heel anders. Ze zei:
“Gerda, je hebt alles gedaan wat je kon. Je was er altijd voor je kinderen. Je zocht de beste scholen uit, bracht ze overal naartoe, organiseerde hun verjaardagen. Jij was degene die het droeg.”
Haar woorden raakten me, juist omdat ze zo ver afstaan van hoe ik mezelf soms nog zie.
Na de scheiding: de controle verandert van vorm
Toen ik uiteindelijk de keuze maakte om te scheiden, wist ik dat het moeilijk zou worden. Maar niet hoe dit zich zou ontwikkelen.
De dwingende controle stopte niet. Die verschoof: via de kinderen naar mij, en ook de hulpverlening werd erin meegenomen.
Besluiten nemen werd ingewikkeld. Overleg kwam niet van de grond, en als er wel overleg was, duurde dat uren en was het uitputtend. Reacties bleven uit of gingen niet over de inhoud. Voor steeds meer dingen waren advocaten nodig.
Van buitenaf lijkt dit op strijd. Maar zo voelt het niet als je erin zit. Het voelt als een systeem waarin je blijft bewegen zonder dat er echte samenwerking mogelijk is.
Inmiddels ben ik vier jaar verder. De juridische procedures lopen nog steeds. Tegelijk is er nu eindelijk een onderzoek gestart naar ouderverstoting.
Dat geeft geen directe oplossing, maar wel iets wat ik lang heb gemist: erkenning dat er meer speelt dan alleen een ‘conflict’. En dat helpt om hoop te houden. De hulpverleners en rechters zeiden steeds hetzelfde: ‘jullie moeten leren communiceren en samenwerken.’ Die bril heeft ons geen goed gedaan.
Wanneer je je kinderen langzaam kwijtraakt
Het meest ingrijpende is wat er met de band met je kinderen gebeurt.
De band met mijn kinderen was altijd heel sterk. Ze belden me op mijn werk, soms wel meerdere keren per dag, gewoon om even contact te hebben. Er was vanzelfsprekendheid, nabijheid.
En nu is er stilte.
In mijn situatie betekende dat dat het contact steeds verder afnam. Eén van mijn kinderen zie ik niet meer. Een ander nog maar een paar uur per week. Mijn rol als moeder voelt beperkt.
Er wordt weinig gedeeld. Ik sta buiten belangrijke momenten. Voor een van mijn kinderen is er nu, op mijn initiatief, eindelijk passende hulp gekomen.
En misschien nog wel het zwaarste: het besef dat mijn kinderen opgroeien in een situatie die hen beïnvloedt, terwijl ik daar maar beperkt bij kan zijn.
De verkeerde bril van hulpverlening
Wat het extra ingewikkeld maakt, is hoe ernaar gekeken wordt. Vaak wordt het gezien als een probleem tussen twee ouders die moeten leren samenwerken.
Maar wat als die basis ontbreekt?
Als er geen wederkerigheid is, geen reactie, geen gedeelde verantwoordelijkheid, dan werkt die benadering niet. Dan blijft de kern van het probleem buiten beeld. Hulpverleners keken niet naar hoe uitgeput ik was en waarom dat zo was.
Wat wél helpt
De onderzoeker stelde mij eindelijk de vragen die ik al die jaren had gemist: over veiligheid, geweld in de relatie en hoe het huwelijk was. Ik zou willen dat dit soort vragen standaard worden gesteld bij een scheiding, en dat onderzoek naar ouderverstoting niet jarenlang hoeft te duren. Bij ouderverstoting is tijd je grootste vijand.
Men zei wel eens tegen me: ‘zoek een tijdje geen contact met je kinderen, dan komen ze vanzelf wel terug’. Voor mij voelde dit anders. Ik heb steeds een teken van leven getoond, liefdevol en zonder drama naar de kinderen. Daar heb je ontzettend veel kracht voor nodig. Langzaam aan komt er nu meer contact.
Wat voor mij een verschil maakte, was het begrijpen van wat er echt speelde. Door de inzichten vanuit Het Verdwenen Zelf kon ik woorden geven aan mijn ervaringen.
Langzaam verschuift de focus naar herstel. Naar weer voelen wie ik ben, los van alle overtuigingen die zijn ontstaan.
De weg terug naar jezelf blijkt geen grote sprong, maar een proces van kleine stappen. Lief leren zijn voor jezelf. Jezelf de tijd gunnen om te herstellen. Ik merk dat ik dat nog steeds moeilijk vind. De neiging om streng te zijn voor mezelf zit diep. Maar juist daar ligt ook de beweging.
Daarnaast leer ik mijn leven opnieuw vorm te geven. Plezier maken, momenten toelaten die licht zijn, ook al is er gemis.
Dat voelt soms tegenstrijdig. Hoe kun je genieten terwijl je je kinderen mist en niet volledig deel kunt nemen aan hun leven?
Toch zit daar iets belangrijks. Niet alles uitstellen tot het anders is, maar ook nu kijken naar wat er wél is. Dat voorzichtig toelaten. En stap voor stap weer leren dat je ook zelf een bron van geluk kunt zijn.
Herstel is geen rechte lijn. Maar langzaam ontstaat er wat ruimte. Ruimte om anders naar jezelf te kijken. Ruimte om te erkennen dat je hebt gedaan wat je kon. En ruimte om opnieuw verbinding te maken met wie je bent.
Voor iedereen die zich hierin herkent: je bent niet alleen. En hoe pijnlijk het proces ook is, er is een weg terug naar jezelf. Stap voor stap.
