Therapeut Marieke van Nimwegen over een cliënt die na achttien jaar dwingende controle verstandelijk begrijpt wat haar is overkomen, en zich toch blijft afvragen wat er mis is met haar.
Gisteren ontving ik weer een nieuwe cliënt in mijn praktijk. En triest genoeg hoor ik weer hetzelfde verhaal. “Mijn scheiding is al een aantal jaren achter de rug,” vertelt ze, “maar elke keer weet mijn ex me nog te triggeren. Slapeloze nachten, ik heb me ziek gemeld op mijn werk, ik krijg geen grip meer op mijn leven. Ik herken mezelf niet als hij me weer een mail stuurt waarin hij wil aantonen dat ik een slechte moeder ben. Wat gebeurt er toch elke keer? Ik heb veel gelezen en ik begrijp inmiddels best wat er aan de hand is. Met hem, en met mij. Maar dan? HOE moet ik dit doen?”
Ik zie een vrouw tegenover mij zitten. Ze is mooi, ze oogt sterk, lief, een doorzetter die volgens mij graag doet wat juist is, vooral voor haar kinderen. Ze lacht, ze is reëel. “Wat doe ik verkeerd?” vraagt ze. “Wat is er mis met mij, dat ik in zo’n slechte film terecht ben gekomen?”
Marianne heeft achttien jaar onder dwingende controle geleefd, en zeven jaar na de scheiding gaat die controle nog steeds door. Ze heeft de boeken van Iris Koops gelezen, zo blijkt, en is goed geïnformeerd. Ze begrijpt wat er is gebeurd, en toch stelt ze zich nog steeds de vraag wat er mis is met haar. Ze weet dat zijn verwijten niet kloppen, maar elke nieuwe mail over haar moederschap raakt haar alsof ze wel waar zijn. Daar begint mijn werk: het besef dat die verwijten niet over haar gaan, ook in haar gevoel en haar lijf laten landen.
Eén traan
Dat de situatie haar uitput, heeft ze te lang voor lief genomen. Nu gaat het echt niet meer, het is helemaal op. Ik zie de wanhoop, het verdriet, de vermoeidheid. “Ik hoop dat je me kunt helpen,” zegt ze, terwijl één enkele traan over haar wang rolt. Haar ogen missen de sprankeling die de jonge vrouw die ze eens was vast wel had. Gelukkig zie ik tussen haar wanhoop, haar tranen en haar nerveuze lach een flonkering van kracht: het deel in haar dat nooit zal opgeven om een leven te vinden waarin ze helemaal vrijuit kan zijn wie ze in diepste wezen is.
Natuurlijk raakt het me, elke keer weer. Hoe kan iemand een ander zoveel leed aandoen, terwijl hij of zij zegt van die ander te houden? En hoe graag willen slachtoffers de aanvallen in zachtheid oplossen, al kost hen dat zoveel.
In de komende weken ga ik van haar horen hoe erg al die jaren met hem zijn geweest en hoe bont hij het nog steeds maakt. Ik hoop voor haar dat ze de woorden kan vinden om het me te vertellen. Vaak lukt dat niet meteen. Hardop uitspreken wat er is gebeurd, maakt dat de nachtmerrie werkelijkheid wordt. Alle hoop dat het niet waar is en dat het ergens nog wel een beetje meevalt, verdwijnt dan.
Vaak is de realiteit gevoelsmatig nog niet tot in de diepte te verdragen. Dan komen de woorden wel, maar zijn ze niet verbonden met het gevoel. De emoties blijven vlak of kort. Eén traan. Dat zie ik bij veel slachtoffers van dwingende controle, en het vraagt meer dan praten alleen. Ik werk dan met actieve imaginatie en met het lichaam. Zo help ik haar om de pijnlijke ervaringen uit het verleden en het heden rustig en zorgvuldig in haar bewustzijn en haar gevoel te laten landen.
Laf of lef
Als ik hoor wat hij allemaal deed en doet, zie ik iemand die de verantwoordelijkheid voor zijn leven steeds buiten zichzelf legt. Ze vertelt over zijn cocaïneverslaving, over ziekelijke jaloezie terwijl hij zelf vreemdgaat, over schulden en herhaaldelijk ontslag na conflicten op het werk. Inmiddels is hij werkloos en zit hij in de schuldsanering. En ik hoor dat hij wraakzuchtig is. Hij wil haar de rest van haar leven straffen, omdat hij haar afwijzing en zijn verlies niet kan doorvoelen. Elke keer wordt zijn verdriet omgezet in onmacht en woede, die hij richt op de buitenwereld, op haar en op zijn kinderen. Want aan hem kan het niet liggen. In zijn ogen moet zij wel een slecht mens zijn dat zijn leven ruïneert, anders kan hij zich toch niet zo slecht voelen. Hij projecteert zich suf, want verantwoording nemen voor zijn eigen gedrag kan hij niet. Hij construeert een horrorverhaal over wat hem allemaal wordt aangedaan, en gaat dat vervolgens zelf geloven.
Wat nou als deze man niet laf zou zijn, maar lef zou hebben? De moed om zijn eigen complexen en trauma’s aan te kijken en door de pijn te gaan die daarbij hoort? Als hij verantwoording zou nemen voor zijn harteloze gedrag?
Helaas lukt dat vrijwel nooit, en dat geldt voor de meeste plegers van dwingende controle (mannen en vrouwen). Plegers gaan soms wel naar therapie, maar meestal alleen om te redden wat ze anders kwijt zouden raken. Ze doen het voor de buitenwereld, voor de schone schijn of voor de betrokken instanties. Als de therapeut goed werk doet, haken ze af en komen ze niet meer terug. Kritisch naar zichzelf kijken is voor de meesten onmogelijk. Eigen pijn kan niet gevoeld worden, dus wordt de ander gepijnigd, gestraft, gemanipuleerd. Dat is natuurlijk niet de reden die ze zelf geven: “Die therapeut is partijdig, die snapt er niks van. Ik ga mijn kostbare tijd daar niet aan verspillen.”
Wanneer ik weer zo’n nieuwe cliënt ontvang, denk ik vaak: wat zou de wereld veel ellende bespaard blijven wanneer plegers net zo moedig zouden zijn als hun slachtoffers. Als ze het vermogen tot zelfreflectie hadden dat hun slachtoffers zo vaak laten zien. Marianne vraagt zich af wat er mis is met haar. Hij stelt zich die vraag zelden of nooit en dit geldt voor veel plegers.
Het is goed dat Marianne in therapie komt. Want door de jaren van verbale mishandeling is haar zelfbeeld niet meer kloppend. Gaandeweg leert ze dom, lelijk, traag en onbetrouwbaar te herkennen als zijn woorden, die ze jarenlang heeft moeten dragen, en kan ze ze teruggeven aan degene bij wie ze horen. Zij heeft therapeutische hulp nodig om haar zelfbeeld weer realistischer te maken. En… er is iets in haar dat aansloot op zo’n man. Misschien is ze in haar opvoeding al ‘getraind’ om onder een controlerend bewind te leven. Ook dat trauma mag ze helen, om herhaling te voorkomen.
Kennisbron Het Verdwenen Zelf
Ik ben blij dat ik ben aangesloten bij het netwerk van Het Verdwenen Zelf. Het netwerk bestaat ruim twaalf jaar en is uitgegroeid tot een rijke bron van kennis en ervaring. Werken met cliënten die dwingende controle hebben meegemaakt, vraagt om specialistische kennis: de kwetsbaarheid kunnen aanvoelen, het getraumatiseerde lichaam kunnen lezen en weten hoe dwingende controle werkt en welke schade het aanricht.
Liefdevol helen
Therapie kan niet ongedaan maken wat er in het verleden is gebeurd. Maar gelukkig kan ik mensen wel helpen hun eigen bron van stevigheid weer te voelen, en weet ik uit ervaring dat liefdevol helen van deze ernstig beschadigende trauma’s mogelijk is.
Marieke van Nimwegen
Therapeut en jungiaans dieptepsycholoog, praktijk Vrouwenzielen
Om de privacy van cliënten te beschermen is de casus van Marianne samengesteld uit wat ik in mijn praktijk bij verschillende cliënten tegenkom. De casus laat zien hoe ik werk met slachtoffers van dwingende controle.

2 thoughts on ““Wat is er mis met mij?” Over helen als de schuld zo lang op de verkeerde plek lag”
Wat prachtig verwoord Marieke. Zeer herkenbaar ook in mijn praktijk; de schuldvraag, de wanhoop en ook de moed, lef en kracht.
Bedankt voor je duidelijke artikel Marieke!
” Wat is er mis met mij”, dat is wat we als hulpverleners van
Het Verdwenen Zelf vaak te horen krijgen. Dat is zo triest. Het zijn juist vaak degenen die verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen gedrag en teveel aan zelfreflectie doen. De narcist doet dat juist helemaal niet.
Als een relatie met een narcist of psychopaat maar lang genoeg duurt, is de kans groot dat het slachtoffer zichzelf helemaal kwijt raakt. Er is zo lang en vaak op ze ingepraat, dat ze die leugens zijn gaan geloven en helemaal geinternaliseerd hebben. Het is vervolgens een heel proces om die leugens af te leggen en de waarheid over henzelf te omarmen.