Altijd aanstaan – leven in de overlevingsstand na dwingende controle

Je voelt je als een kwetsbaar prooidier dat elk moment aangevallen kan worden door een roofdier. Je bent superalert op alle signalen en tekens, hoe klein ze ook zijn. Dag in dag uit, nacht in nacht uit. Je bent uiterst paraat en je wilt kunnen handelen, je moet overleven. Je staat altijd aan.

Het lijkt een scene uit de oertijd in de jungle of uit een thriller. Toch speelt dit zich af achter de eigen voordeur of op de eigen werkplek. Slachtoffers van dwingende controle die nog midden in de onveilige situatie verkeren kennen dit gevoel in meer of mindere mate. De toestand waarin ze verkeren vereist dat ze altijd aanstaan. Het is een kwestie van overleven. Vaak is de situatie grillig, verwarrend en onbestemd. „Wat haalt hij of zij nu weer uit?”

Slachtoffers die al uit deze situatie zijn ervaren vaak nog maanden en soms jaren dit onveilige en verwarrende gevoel. De knop staat nog aan. Vaak is er nog contact met de dader nodig vanwege gezamenlijke belangen, bijvoorbeeld kinderen. Of op de werkplek met een toxische collega of baas die de gevoelens telkens weer triggeren. In die gevallen is het overlevingsmechanisme van hyperalert zijn nog steeds (deels) zinvol: de situatie vraagt er nog om.

Veel slachtoffers zijn weliswaar uit de relatie, maar hebben nog volop te maken met de dader. Denk aan een scheiding waarbij instanties betrokken zijn, die beïnvloed worden omdat de ex-partner probeert het gezag over de kinderen te krijgen, of een ex die via de kinderen controle blijft uitoefenen. De onveiligheid is dan niet voorbij, ze heeft alleen een andere vorm aangenomen. In de begeleiding betekent dit dat het afbouwen van de waakzaamheid geen doel op zich kan zijn: eerst moet er voldoende externe veiligheid zijn, of op zijn minst grip op de situatie. De focus ligt dan op het versterken van weerbaarheid en het leren omgaan met een nieuwe situatie die op een andere manier ook onveilig is.

Er zijn ook veel slachtoffers die inmiddels in een wezenlijk andere situatie leven. Die veiligheid hebben, al herkennen ze dat vaak zelf niet meer. Voor hen is de vraag een andere: hoe zet je de knop om, als het gevaar echt voorbij is? Het systeem dat zo lang beschermde, heeft dat nog niet geleerd. En dat kost tijd.

Wat er in het lichaam gebeurt

Bij dwingende controle is de dreiging nooit eenmalig en acuut. Ze is sluipend, alomtegenwoordig en onvoorspelbaar. Het lichaam leert: ik moet altijd klaar zijn. Die staat van constante waakzaamheid heeft een naam: hyperalertheid. En ze heeft een functie gehad: overleving.

Fysiologisch betekent dit dat het zenuwstelsel chronisch in de sympathische staat verkeert. Het lichaam maakt voortdurend stresshormonen aan: adrenaline, noradrenaline en cortisol. Bij een acute dreiging zijn dat handige hormonen. Bij maandenlange of jarenlange blootstelling aan dwingende controle vraagt dit veel van het lichaam. Het kan ziekmakend zijn en zorgen voor extreme vermoeidheid, energieloosheid, stress, angsten, slapeloosheid, prikkelbaarheid en heftige stemmingswisselingen.

Daarbij blijft het overlevingsmechanisme actief, ook als de onveilige situatie inmiddels achter de rug is. Het lichaam heeft geleerd: waakzaamheid beschermt. Die koppeling laat niet los zodra de situatie verandert. Zelfs als de objectieve dreiging verdwenen is, blijft het systeem scannen. Blijft het aanstaan.

Gericht op de ander, zichzelf kwijt geraakt

De supergevoelige, denkbeeldige voelsprieten die slachtoffers ontwikkeld hebben zijn altijd gericht op de ander. Daar waar het gevaar vandaan kan komen. Om de ander niet boos te maken of teleur te stellen, om de ander altijd ter wille te zijn en zich volledig aan te passen, lopen slachtoffers op eieren. Ze cijferen zichzelf weg en zijn in dienst van die ander, die dat ook van hen verwacht. Altijd en overal. Ze voelen de ander aan, zelfs op afstand.

Het gevolg is dat ze zichzelf kwijtraken. De vraag ‘wie ben ik, wat wil ik, wat voel ik’ wordt onbeantwoordbaar. Niet omdat het antwoord er niet is, maar omdat er jarenlang geen ruimte voor was. Dit kan zorgen voor onder andere frustratie, depressie, paniekaanvallen, angsten en machteloosheid.

Wat het vraagt in de begeleiding

Als coach werk ik vanuit een lichaamsgerichte benadering en ben ik verbonden aan het netwerk van Het Verdwenen Zelf. Ik sloot me daarbij aan omdat ik in mijn praktijk steeds vaker mensen tegenkwam bij wie dwingende controle de kern bleek van wat ze meemaakten. Gespecialiseerde kennis maakt hier het verschil.

Voordat we het coachproces ingaan laat ik mensen een intakeformulier invullen. Een deel gaat over kenmerken waar mensen last van kunnen hebben als ze te maken hebben gehad met dwingende controle en intieme terreur. Altijd paraat zijn scoort daarin vrijwel altijd hoog. Lichaamstaal, taalgebruik en manier van spreken bevestigen dat. Emoties spelen snel en hoog op.

Die hyperalertheid, het aanstaan, mag er zijn. Het biedt nog een soort bescherming. Tegelijk is het belangrijk het af te bouwen voor de algemene gezondheid, want fysiek en mentaal is het uitputtend. Elke sessie starten we met een lichaamsgerichte oefening: ademhaling, ontspanning of iets creatiefs. Het stimuleert de parasympatische staat van het zenuwstelsel. De cliënt hoeft even niet te vechten of te vluchten. Na een aantal sessies ontstaat er vaak een gezonder evenwicht. Het aanstaan wordt minder en er is wat meer rust.

Bij ernstige lichamelijke symptomen verwijs ik door naar een lichaamsgericht therapeut of arts. Sommige klachten vragen om gespecialiseerde somatische behandeling die buiten mijn rol als coach valt.

De focus ligt tijdens het coachproces volledig bij de cliënt zelf. Wat is er aan de hand, hoe beleeft hij of zij dit? Wat gebeurt er in het lichaam, welke gevoelens en emoties zijn er? Hoe kan de cliënt zich zelfregulering meer eigen maken? Maar ook fundamentele vragen komen aan bod; ‘Wie ben ik? En wat wil ik in mijn nieuwe leven?’ Bewustwording van de eigen veiligheid in het nu is daarin essentieel. Zodra er rust ontstaat, begint de eigenlijke heling.

Peter van Beek
Coach

3 thoughts on “Altijd aanstaan – leven in de overlevingsstand na dwingende controle

  1. Veiligheid voelen, wederzijds vertrouwen, openheid en luisteren zijn essentieel tijdens de sessies. Ook niet direct in de oplos- of interventiemodus zitten als coach en een menselijk empathisch persoon zijn, is uiterst belangrijk. Als coach moet je niet ook ‘aan staan’. Alles heeft zijn tijd nodig en vanuit de rust kan er heling plaatsvinden.

  2. Mooi verwoord Peter.
    Die hyperalertheid, dat voortdurend aanstaan, wordt veroorzaakt door de amygdala in ons brein, die automatisch de omgeving scant op veilig/onveilig.

    De theorie van het roofdier/prooidier staat ook heel goed omschreven in de boeken van Peter A. Levine, de bekende grondlegger van de Somatic Experiencing Trauma therapie®.
    Onder andere het boek De tijger ontwaakt is bijzonder aan te raden om meer te leren over de mechanismes van trauma en het zelfhelende vermogen van de mens.
    Ook Iris Koops maakt de lezers in haar boeken attent op de lichaamsgerichte trauma therapie.

    Elly Donswijk, Trauma therapeut (tevens lid van het netwerk)

  3. Herkenbaar.
    Onveilige situatie al van in de buik. 56 jaar nu. Mijn best doen om te functioneren. Maar er zijn zoveel triggers. Mijn buurman vroeg daarnet : waarom ga je niet eens meer fietsen ? Het is nu zo’n mooi weer. Ja, daar had ik ook al aan gedacht. Maar er moeten veel “planeten op 1 lijn staan”, voor dat lukt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *